donderdag 29 mei 2008

Goodbye Vietnam!


Na een heerlijk ochtendje zonnen in Nha Trang 's middags een gigantische witte buddha en de Cham Towers bezocht, weer een beetje a la Angkor stijl. Heerlijk achterop de scooter met de wind door de haren, langs de oude haven waar de zon langzaam onder ging. Nxt stop Dalat...de ultieme anticlimax van Vietnam. Wat een rustig stadje in de centrale hooglanden zou moeten zijn leek meer op een slechte imitatie van Disneyland Parijs. Hoogtepunt was toch wel de ontmaagding op het gebied van Doerian. Zoals de Lonely Planet al zegt; you either love or loath it. Wij vonden het gruwelijk smerig. Op de lokale markt nog wat rondgestruind en andere lokale lekkernijen geprobeerd (je moet toch een beetje culinaire diepgang proberen te bereiken) en 's avonds heerlijk gerelaxed.De volgende dag door naar Ho Chi Minh city; een drukke stad en eigenlijk niet veel meer dan dat. Maar eerlijk is eerlijk, heel veel kans om van die eerste indruk af te komen gaven we de stad niet; we konden de verleiding niet weerstaan en vlogen (!) de volgende dag naar het eiland Phu Quoc. Oorspronkelijk een Cambodiaans eiland, maar de welbekende koloniaalse verdelingen zorgden ervoor dat het Vietnamees grondgebied werd. In 1 woord verrukkulluk! Heerlijk twee nachten in een resort (gewoon in een normale kamer hoor ;)) aan het strand vertoefd; beetje rondlopen, beetje poolen en vooral liggen lezen, genieten van de prachtige zonsondergang...batteries charged! Hoe opvallend overigens dat ik de meeste foto's weet te maken van plekken waar ik niets doe. Of is dat juist logisch omdat ik er niets doe. We starten een polletje :)Met de boot naar Rach Gia en daarvandaan de bus naar Ha Tien. Een heerlijk bord rijst met cuttle fish besteld. Wat is cuttle fish eigenlijk? Mijn vraag werd beantwoord door een stel kleine nieuwe vriendjes; mini inktvisjes tussen m'n groente. Do I haaave to? Grmbl. Even doorbijten en t is te doen, maar niet netjes m'n bord leeggegeten ;)
De volgende ochtend vroeg eruit (jawel, naast al die zonsondergangen zien we ook regelmatig de zon opkomen hier) om de bus naar Chau Doc te nemen. Halverwege de rit naar het busstation werden we in een minibus gestopt. 7 dollar! No f-ing way! Voor 50.000 dan...oke. De rit ging echter weer richting Rach Gia, waar we de dag ervoor 4 uur voor in de bus hadden doorgebracht. Juist. In de eerste de beste wat grotere plaats uitgestapt en weer een bus terug naar Ha Tien genomen. Daar stond een busje op het punt om naar Chau Doc te vertrekken, met een directe route. Great! Laaaaangzaam kwamen we vooruit. Net als het het eerste busje werden de kilometers binnen de stadsgrenzen ubertraag afgelegd om potentiele medereizigers op te pikken. Of het nou ook echt nodig was om letterlijk stapvoets te rijden... Hoe dan ook, we waren onderweg, en op de goede weg. Alhoewel... De rit ging wederom richting Rach Gia. Gloeiende... Maar nee, we draaiden na een half uurtje van de weg af en gingen nu echt richting Chau Doc. I can't help but wonder.... dat eerste busje dat we hadden ging echt eerst naar Rach Gia toe, toch? Oh well...van achteren kijken we een koe in de kont, en das ook geen mooi aanzicht.
Vandaag onze laatste volle dag in Vietnam; morgen nemen we de boot over de Mekong (dat klinkt toch zo lekker he, Mekong) richting Phnom Penh. Na een paar dagen Angkor Wat gaat Maaike terug richting Phnom Penh en scheiden onze wegen zich weer.

vrijdag 23 mei 2008

Heading south

Nog geen week voorbij maar toch maar even snel een nieuw verhaal. Jawel mensen, we leven nog :P De tweede dag in Hue hebben we de oude Citadel bezocht. Of liever een citadel in een citadel. Eigenlijk een citadel in een citadel in een citadel. Maakt 5 dellen in totaal, nietwaar? Veel ruines, o.a. door de oorlog met de US, maar ook nog een aantal verbazend goed bewaard gebleven tempels en paleizen.


Volgende dag een relatief kort ritje naar Hoi An, het kledingwalhalla van Vietnam, maar daarnaast vooral ook een heerlijk gemoedelijke stad. Los van de eeuwig roepende, zwaaiende, of op welke manier dan ook aandachttrekkende verkopers/chauffeurs. Nadat het aantal kledingateliers in Hoi An over de 550 ging heeft de lokale overheid een verbod op nieuwe ingevoerd, waarna zo het lijkt de schoenmakers aan een groeispurt zijn begonnen. 's Middags wat oude sites in het koloniale oude hart van Hoi An bekeken en wat kledingateliers afgestruind. Na een eerste bestelling van twee jurkjes waarbij de eerste passessie aardig goed was nog eens twee rokken, twee shirts en een pak met blouse besteld. Ja met z'n tweeen dan he :) Toch wel spannend, want er lopen me toch een zooi afgrijselijke kledingstukken cum eigenaar rond in Hoi An! De nichtjes die de zaak runden waren daarentegen ernstig overtuigend, maar vooral grappig en gezellig.

Volgende ochtend al ruim voor het ochtendgloren de wekker om om 5.00 in een busje naar My Son te gaan. Btje same same; ruines a la Ayuthaya, Sukhothai en Champasak, maar met erg mooi licht en rustige omgeving toch erg mooi. Onderweg typische vietnamplaatjes; de biggetjes op elkaar gestapeld in een mand achterop de scooter, het harde werken in de rijstvelden, pepers die te drogen liggen in de zon, enz. 's Middags nog eens drie passessies en heerlijk gerelaxed tot de nachtbus van 7 uur ons naar Nha Trang zou brengen.

Costa del Nha Trang wel te verstaan. Stralende ochtend, dus na nog even een paar uurtjes slaap te hebben gepakt heerlijk op het dak van het hotel in de zon gelegen. Wat betreft het weer hebben we zo'n ontzettende mazzel! Het regenseizoen begint in mei, en de meeste dagen is het of droog en zonnig of valt er 's middags een kleine bui. Lucky bastards. Hopelijk wil de zon in het nederlandse ook nog een beetje schijnen, maar voor Maaike's sake liever niet te veel. Een vakantie is immers geen echte vakantie als het thuis niet regent.

Next stop: Dalat!






maandag 19 mei 2008

Zus en zo

Jawel het is tijd voor plaatjes kijken! Altijd leuk :) De onderstaande foto's laten wat van de prachtige landschappen in resp. noordoost en noordwest Vietnam zien, plus op veler verzoek de vietnamese palen.


Na mn vorige blog ben ik via het minoritydorpje Muong Lay naar Sapa gereisd. De omgeving was prachtig, de busritten wat minder. Naast de prikkende vingers die vervolgens naar elke man in de bus wijzen (nee dank je) om vervolgens nog een rondje te doen (okay I'll take 'em all!) zijn grote delen van de weg onverhard. De omgeving overtrof gelukkig het leed dat gekneusd zitvlak heet.



Sapa...de verwachtingen waren hoog gespannen, maar echt mooie vergezichten zag ik niet. Het engels taalgebruik is hier vergeleken met de rest van noord Vietnam hoogstaand, helaas vooral op salesgebied. Na een rustig middagje de markt in Bac Ha bezocht, die overloopt van minority village people uit de omgeving, een kleurrijke vertoning. Nederlandse Phenna en Terrence ontmoet en me de volgende dag ietwat bruut bij hun trekkinggroep gevoegd. En daar waren dan die uitzichten over de rijstvelden. Wauw! Enorme mazzel met het weer; waar veel mensen vaak mist en/of regen krijgen scheen de zon heerlijk en waren de views helder. Gevolgd door zo'n 20 vrouwen in klederdracht kwamen we aan bij de homestay, waar een ware verkooptornado zich ontplooide. Ik twijfel nog steeds of het hollandse nuchter-/gierigheid was, maar veel van onze trekgenoten voelden zich verplicht iets te kopen in reactie op de 'but I talked with you' en 'I walked so far with you' pleidooien.

Na een avondje bier en ricewine op tijd naar bed, midden in de nacht over het hek gehangen om die maisplanten nog eens goed van dichtbij te bekijken, en de volgende ochtend weer de hort op. Waar de trekking de eerste dag nog meeviel ging hij deze dag over glibberige stenen over riviertjes, steile paden naar beneden (met de welbekende we-rennen-zo-snel-mogelijk-naar-beneden-en-hopen-maar-dat-we-niet-onderuit-gaan-techniek), minstens zo steile paden weer omhoog en als kers op de slagroom een blubberhelling. Wat een enorme goede keuze, die hoge schoenen. Uiteraard had ik een naam hoog te houden en ging ik bij een rivieroversteek goed onderuit wat mij een bloeduitstorting op mn vinger en een buil cum blauwe plek op mijn knie opleverde waarmee ik tot op de dag van vandaag nog pronkend mee rondloop. Muts :)

Die avond ging de nachttrein naar Hanoi. Na een brakke nacht 's middags zuslief van het vliegveld opgehaald, en na een flinke ruzie ("this is unacceptable!" - I loooove drama) met de hoteleigenaar (hey je dacht toch niet met mn zus he? :P) de beloofde kamer voor de beloofde prijs gekregen, zonder klusjesmannen en zonder andere intruders. Uiteindelijk. Lekker een beetje door de stad geslenterd, gegeten met Phenna en Terrence en de volgende dag uitgeslapen en wat sites bekeken, waaronder het Ho Chi Minh museum. Erg interessant om al die propaganda te zien.
De dag erop uberrelaxed naar Halong Bay; heerlijk drie dagen ronddobberen op een bootje met ontzettend lekker weer. Het leven is ZO zwaar. De tweede dag gefietst, gelopen, gezwommen en gekajakt (en zo was t ook wel weer even genoeg) en geeindigd op CatBa island. We hadden om een twinroom gevraagd, en helaas helaas zaten die vol dus werden we in een VIP kamer met zeezicht, airco, badkuip, enz. geplaatst. Heel naar.

Na een flink aantal uurtjes terugboten en -bussen twee uurtjes in Hanoi doorgebracht om vervolgens de 14 uur durende nachtbus naar Hue te nemen. Ietwat brakjes maar vol goede moed achterop de scooter graftombes van de laatste keizerdynastie van Vietnam bezocht, plus nog een pagode of wat.
Also, tot zover!

donderdag 8 mei 2008

Wat een k*tland....

Dat was m’n eerste reactie op Vietnam. Ietwat generaliserend. Het begon al bij de grensovergang; een norse ambtenaar die mn paspoort pakte, bekeek en weer terug gooide om vervolgens eerst de stapel andere paspoorten weg te werken. Waarna hij eerst nog andere belangrijke dingen moest doen, zo wilde hij het overduidelijk laten voorkomen. Met een beetje aandringen van de buschauffeur uiteindelijk toch door m’n stempeltjes gekregen (voor het ultieme elfsteden-gevoel) en dat was het dan; Vietnam.

Groots, groen, gruwelijk lelijk gekleurde huizen. Aangekomen in Dong Ha, enigszins voorbereid door de lonely planet overspoeld door ‘xe om’ drivers; de manier om hier kleine afstanden af te leggen is achterop een brommer. Lawaai, stank, stof, constant getoeter, en allemaal mensen die maar op een ding uit leken te zijn; het geld van die filthy rich falang. Meteen een busticket naar Hanoi gekocht en een paar uur later lag ik in een stapelbed, zoals er over de gehele lengte van de bus drie rijen van stonden. Nogal dood van al dat gebus (reizen is ook zoooo zwaar!) eigenlijk nog best aardig geslapen.

En toen Hanoi. Zag er best leuk uit; beetje europese tintjes met bomenlanen en smalle huisjes. Meneer de xe om driver wilde 50.000 dong. We zijn weer miljonair; 1 euro is ruim 20.000 dong. Om nou keihard te gaan onderhandelen om 4 uur sochtends als je niet weet waar je bent in een stad die je niet kent...meneer hield voet bij stuk. Het bleek nog best lastig een guesthouse te vinden dat betaalbaar, maar vooral open was op dit tijdstip van de dag, dus uiteindelijk alsnog m’n geld eruit gehaald ;)

De volgende dag kwam de cultuurshock weer in volle vaart terug; een constant lawaai van getoeter, mensen die naar je roepen, je proberen af te zetten, alles doen om geld te krijgen. Ik wil terug naar Laos!!! Omdat zuslief de 14e naar Hanoi komt liet ik het siteseeing voor wat het was en vertrok naar het noordoosten; allereerst Lang Son. Gedropt bij de chinese grens (ehm... mensen...), vervolgens toch bij een ander nietszeggend dorpje (ehm....help?) en met mn beste hints-engels-vietnamees een busje naar Lang Son kunnen vinden, waar ik erachter kwam dat we hier met het minibusje ook al doorheen hadden gereden. Zucht... De busreizen op zich zijn overigens zo ontzettend mooi; grote bergjes maken kleine plientjes. Wauw.

Het engels van de mensen hier is niet bepaald hoogstaand, en het zoeken naar bijvoorbeeld internet of een busstation kost net even wat meer moeite. We zien het als een uitdaging :) Het motiveert overigens wel om Vietnamees te leren; ik kan nu na een weekje al meer Vietnamees dan Lao!

Hoe dan ook...in Lang Son twee grotten bezocht en de volgende dag richting Cao Bang. Geen goede ervaring. Kort samengevat waren mensen in t extreme nogal onbehulpzaam, onbeschoft en nouja...gewoon ontzettend onvriendelijk. Kan aan mij liggen, maar toen bleek dat naar de waterval gaan of heel duur of zonder garantie van vervoer terug diezelfde dag (als ik er al zou komen) ging ik de volgende dag terug naar Hanoi. Niet de meest vrolijke periode uit m’n reis.

Maar zoals een wijze oude chinees ooit zei (of was het toch mn vader...); geen gezeik iedereen rijk, dus de volgende ochtend vol goede moed weer op pad, ditmaal naar het noordwesten. In Son La een oude franse gevangenis en bijbehorend museum bezocht, best bruut hoe daar mensen in kleine keldercelletjes werden gepropt omdat ze bij de communistische partij waren. Een klein museumpje over Ho Chi Minh en traditionele bergvolkeren was vlakbij en vervolgens via de markt me voorgenomen naar de uitkijktoren te gaan. Een steile klim van zo’n twintig minuten, zo wist de lonely planet mij te vertellen. Gloeiende....dat kun je wel zeggen ja! Buiten adem en met het zweet van me af stromend kwam ik boven aan, om vervolgens bergen en kleine huisjes te zien. Nouja twas best mooi hoor :)

In een lokaal restaurantje eten geprobeerd te bestellen. Met de nadruk op geprobeerd. Een snelle inschatting van de vitrine makend besloot ik geen vlees te eten en wees op iets noodle achtigs, ei en wat groenvoer. Dit laatste werd nogal raar ontvangen, nouja, doe maar wat! Tien minuten later verschenen twee bordjes voor m’n neus; een gebakken ei, en een kommetje noodles, die eigenlijk bamboescheuten in disguise bleken te zijn. Oh well..

Vanochtend een lange en bizarre rit, waarvan het laatste deel grotendeels onverhard was, naar Dien Bien Phu. In deze stad heeft halverwege vorige eeuw een grote slag tussen de fransen en communisten plaatsgevonden. Een aantal monumenten en relieken bezocht, de enige echte A1 heuvel waar de gevechten het hevigst plaats vonden. De mensen hier in het noordwesten zijn een stuk vriendelijker; uiteraard zijn er nog steeds de ‘hey! hey!’ roepende verkopers, xe om drivers, enz. maar nu ook de mensen die zwaaien, glimlachen en knikken, hun engels laten horen ‘hello! my name is...’, erg aangenaam reizen hier.

Langzamerhand kreeg ik toch wel behoefte aan een fatsoenlijke maaltijd, en dus ging de zoektocht verder naar een zeker restaurant. In het voorbijgaan zag ik vanuit mn rechterooghoek 5 mannen. Ik liep op ze af en stond oog in oog met m’n eerste vietnamese paal. Wat een lengte, en dat voor een vietnamees! Een tweede gladde lange paal stak fier omhoog en deed in lengte noch dikte onder voor de andere. Kom maar op! Ja ik bedoel, sorry hoor, maar het is nu toch al ruim twee maanden dat ik in m’n eentje reis, en ik heb ook mn behoeften! En zo geschiedde; flipflops uit en op blote voetjes twee heerlijke sets badminton gespeeld. Better than....juist :)

Helaas vanwege het trage internet geen pic’s, nxt time better!